Bodemtijd berekenen met PADI RDP
Met de PADI Recreational Dive Planner (RDP) plan je vooraf hoeveel tijd je binnen de nultijd op een bepaalde diepte kunt doorbrengen. Lees eerst de uitleg over de RDP. Voor een eerste duik lees je de maximale duiktijd af op basis van de diepte. Bij een herhalingsduik tel je ook de reststikstof uit de vorige duik mee.
Gebruik altijd de officiële RDP-versie die bij je opleiding hoort en volg de afrondingsregels uit de bijbehorende handleiding. De RDP is een planningshulpmiddel voor recreatieve nultijdduiken, geen vervanging voor opleiding, goed duikgedrag of een duikcomputer tijdens de duik. Houd je tijdens het opstijgen aan de veilige opstijgsnelheid volgens PADI.
Wat is bodemtijd volgens de RDP?
Bodemtijd is de verstreken tijd vanaf het begin van de afdaling tot het begin van de directe opstijging. Lees ook meer over de totale duiktijd. Bij het plannen met een klassieke RDP ga je uit van het meest conservatieve profiel: gebruik de grootste bereikte diepte en rond diepte en tijd naar boven af volgens de regels van jouw tabel.
Dat is vooral belangrijk bij een duik met meerdere dieptes. Ook wanneer je maar kort dieper bent geweest, kan die grootste diepte bepalend zijn voor je RDP-planning. Plan daarom vooraf conservatief en controleer tijdens de duik je werkelijke profiel met je duikcomputer.
Bodemtijd berekenen voor een eerste duik
Voor een enkele duik heb je de geplande maximale diepte en de geplande bodemtijd nodig. Met tabel 1 van de PADI RDP bepaal je vervolgens binnen welke no-decompressielimiet (NDL) je blijft en in welke drukgroep je na afloop uitkomt.
- Bepaal de maximale diepte. Neem de diepste geplande of werkelijk bereikte diepte en rond deze naar boven af volgens de RDP.
- Bepaal de geplande tijd onder water. Tel vanaf het begin van de afdaling tot het begin van de opstijging. Rond ook deze tijd naar boven af volgens de tabelregels.
- Zoek diepte en tijd op in tabel 1. Controleer of de combinatie binnen de nultijdlimiet valt.
- Noteer de einddrukgroep. Deze letter heb je nodig als je later op dezelfde dag nog een duik plant.
De nultijd is dus niet automatisch je geplande bodemtijd. Je kiest een bodemtijd die onder de nultijdlimiet blijft en houdt daarbij voldoende marge voor omstandigheden zoals stroming, kou, inspanning of een onverwacht langere opstijging.
Herhalingsduik berekenen met drukgroep en reststikstoftijd
Na een duik blijft er stikstof in je lichaam achter. Daarom is de beschikbare tijd voor een tweede duik korter dan voor dezelfde duik als eerste duik van de dag. De RDP verwerkt dit met de einddrukgroep, het oppervlakte-interval en de reststikstoftijd.
- Start met de drukgroep na de eerste duik. Deze vind je in tabel 1 op basis van de afgeronde diepte en bodemtijd.
- Bepaal het oppervlakte-interval. Dit is de tijd vanaf het einde van de ene duik tot het begin van de volgende afdaling.
- Gebruik tabel 2. Zoek je begindrukgroep en het afgeronde oppervlakte-interval op. Je vindt hiermee de nieuwe drukgroep voor de herhalingsduik.
- Gebruik tabel 3. Zoek bij die nieuwe drukgroep en de geplande maximale diepte de reststikstoftijd en de aangepaste nultijdlimiet op.
- Bereken de totale stikstoftijd. Tel de reststikstoftijd op bij je geplande werkelijke bodemtijd. Deze totale tijd moet binnen de aangepaste limiet blijven.
| Begrip | Betekenis bij een herhalingsduik |
|---|---|
| Werkelijke bodemtijd | De tijd die je daadwerkelijk voor de volgende duik plant, vanaf afdaling tot opstijging. |
| Reststikstoftijd | Een tabelwaarde die de stikstofbelasting van eerdere duiken vertaalt naar tijd op de nieuwe diepte. |
| Totale stikstoftijd | Reststikstoftijd plus werkelijke bodemtijd. |
| Aangepaste nultijdlimiet | De maximale totale stikstoftijd die voor die herhalingsduik is toegestaan. |
Een eenvoudige controle is: werkelijke bodemtijd = aangepaste nultijdlimiet minus reststikstoftijd. Gebruik daarbij uitsluitend de waarden uit jouw eigen metrische of imperiale PADI RDP. Meng geen tabellen, computers of decompressiemodellen door elkaar.
Veelgemaakte fouten bij het plannen met de RDP
- Naar beneden afronden: rond diepte en tijd altijd af volgens de voorgeschreven, conservatieve RDP-regels.
- Alleen de tijd op de bodem tellen: de RDP-bodemtijd begint bij de afdaling en eindigt wanneer je aan de directe opstijging begint.
- De diepste diepte negeren: bij een multilevelduik moet je voor klassieke RDP-planning met de grootste diepte rekening houden.
- Reststikstof overslaan: bij een tweede of volgende duik hoort reststikstoftijd altijd bij de berekening.
- Een RDP als duikcomputer gebruiken: de RDP is bedoeld voor de planning vooraf. Tijdens de duik volg je je duikcomputer en pas je je plan aan als het werkelijke profiel afwijkt.
RDP en duikcomputer samen gebruiken
De RDP helpt je begrijpen hoe diepte, tijd, oppervlakte-interval en stikstofbelasting samenhangen. Een duikcomputer volgt tijdens de duik je werkelijke diepteprofiel en geeft actuele informatie over je beschikbare nultijd. Houd altijd het meest conservatieve uitgangspunt aan wanneer je geplande RDP-profiel en je computer van elkaar verschillen.
Plan na het duiken ook je reizen verstandig: houd rekening met de no-fly tijd na duiken.
Wil je duikplanning en de theorie achter nultijdduiken goed leren toepassen? In de PADI Open Water Diver-cursus van Scuba Shack is duikplanning onderdeel van de theorie. Zo bouw je de basis op om duiken zorgvuldig en zelfstandig voor te bereiden.
Veelgestelde vragen
Kan ik de PADI RDP onder water gebruiken?
Nee. De RDP gebruik je vooraf om je duik te plannen. Tijdens de duik gebruik je een geschikte duikcomputer, houd je je instrumenten in de gaten en volg je het veilige duikplan dat je met je buddy hebt afgesproken. Rond je duikplanning af met kennis over hoelang duurt een veiligheidsstop bij PADI.
Waarom is de toegestane bodemtijd bij een herhalingsduik korter?
Na de eerste duik is nog niet alle opgenomen stikstof afgevoerd. De RDP verwerkt die resterende belasting als reststikstoftijd. Daardoor bereik je bij dezelfde diepte sneller de aangepaste nultijdlimiet. Blijf je binnen de nultijd, dan voorkom je een decompressieverplichting.