Trimix duiken: helder hoofd en veilige diepte

Trimix duiken geeft je een helder hoofd en controle op diepte door zuurstof, stikstof en helium te combineren. Helium vermindert stikstofnarcose en verlaagt de gasdichtheid, wat de ademarbeid beperkt. Zoek je een veilige overstap naar technisch duiken? Bij Scuba Shack in Eindhoven volg je PADI TecRec-cursussen zoals Tec Trimix 65 en Tec Trimix, en vind je gespecialiseerde TEC duikuitrusting zoals Shearwater duikcomputers en aluminium 80 stageflessen.

Wat is trimix en wat levert het je op?

Trimix is een ademgas met drie componenten – zuurstof, stikstof en helium – voor technisch duiken. Door helium toe te voegen verlaag je het narcotische effect van stikstof en kun je de partiële druk van zuurstof binnen veilige grenzen houden, zodat je dieper kunt duiken met meer mentale helderheid. Helium is lichter dan stikstof en maakt ademen op diepte efficiënter door de lagere gasdichtheid. Resultaat: minder kans op stikstofnarcose, minder CO2-retentie en beter controleerbare decompressie. Trimix is geen recreatief gas – je plant en duikt hiermee uitsluitend na gerichte opleiding, met redundante uitrusting en duidelijke runtime-afspraken. Niet te verwarren met heliox (alleen helium en zuurstof) of tri-mix voor lassen, dat een heel ander doel en samenstelling heeft. Wil je de basis van stops en runtime begrijpen, lees dan eerst wat een decompressieduik is.

Trimix berekenen in de praktijk

Je gaskeuze stem je af op diepte, gewenste helderheid en veilige zuurstoflimieten. Onderstaande stappen geven de denklijn weer. Volg altijd een technische opleiding en gebruik gevalideerde software voor je definitieve planning.

  • 1. Bepaal je diepte en PO2-limiet – Kies een maximale partiële druk zuurstof voor de bodemtijd, bijvoorbeeld 1,3 bar. Op 55 meter is de omgevingsdruk ~6,5 bar. De zuurstoffractie wordt dan FO2 = 1,3 / 6,5 ≈ 0,20 (20% O2).
  • 2. Kies je gewenste END – Houd je Equivalent Narcotic Depth bijvoorbeeld rond 30 meter voor een helder hoofd. De verhouding narcotische gassen op de bodem wordt dan 4,0 bar / 6,5 bar ≈ 0,62.
  • 3. Verdeel stikstof en helium – Als je zuurstof als narcotisch meeneemt, dan is FN2 ≈ 0,62 – 0,20 = 0,42. De rest is helium: FHe ≈ 1 – 0,20 – 0,42 = 0,38. Dit levert een afgerond mengsel van TX 20/38 op.
  • 4. Check MOD en operationele marges – Controleer de MOD van je FO2 voor de gekozen PO2-waarde en bouw conservatisme in. Herzie je mix als de MOD te dicht bij je geplande diepte ligt.
  • 5. Plan decompressiegassen – Veel gebruikte deco-opties zijn EAN50 rond 21 meter en 100% O2 op 6 meter. Valideer met planningstools en houd rekening met gasreserves en bailout. Een solide startpunt is Gasplanning en rock bottom berekenen.
  • 6. Analyseer, label en beheer je gassen – Meet elke fles, label duidelijk, en leg gaswissels vast in je runtime. Gas-switch regels en teamchecks zijn verplicht onderdeel van je procedure.
  • 7. Verifieer ademweerstand – Beoordeel gasdichtheid op diepte en het werk van ademen. Helium verlaagt de dichtheid op diepte – een belangrijk voordeel bij fysieke inspanning en lange bodemtijden.
  • 8. Formaliseer met opleiding en tools – Oefen deze stappen in een PADI TecRec-cursus en gebruik software als planningbasis. Hoe word je technisch duiker zet het opleidingstraject helder uiteen.

Veelgebruikte referentiemengsels zijn TX 21/35 en 18/45 voor normoxisch gebruik en 30/30 als trimmix voor ondiepere, minder narcotische duiken. Pas altijd aan op jouw doel, team en omgeving.

Risico’s, kosten en logistiek

Helium is kostbaar en niet overal direct verkrijgbaar, dus je logistiek – vullen, transport en reserve – vraagt voorbereiding. Helium geleidt warmte snel, waardoor je in koud water sneller afkoelt. Veel trimixduikers gebruiken daarom een aparte argon- of luchtfles voor droogpakinflatie, zodat je lichaam warm blijft. Let op ascentrate en decompressie: helium is minder oplosbaar maar wisselt sneller uit dan stikstof, wat invloed heeft op stopdieptes en -tijden. Hanteer conservatieve opstijgsnelheden, vaste checks op gaswissels en blijf strikt bij je runtime. Rebreathers kunnen heliumkosten en gasvolume beperken, maar vergen extra training, onderhoud en discipline.

Veelgestelde vragen over trimix duiken

Wat is trimix?

Trimix is een mengsel van zuurstof, stikstof en helium. Het verlaagt narcose en houdt de zuurstof binnen veilige partiële druk-limieten, zodat je dieper en helderder kunt duiken met technische procedures.

Hoe diep kun je duiken met trimix?

Dat hangt af van je mix, opleiding en planning. Met PADI Tec Trimix 65 plan je tot 65 meter, en met PADI Tec Trimix tot ongeveer 90 meter – altijd met deco en redundantie.

Wat is het diepste wat je mag duiken?

Je limiet wordt bepaald door je brevet, procedures en gaskeuze. Overschrijd nooit de MOD van je mengsel en blijf binnen de grenzen van je opleiding en teamafspraken.

Is trimix hetzelfde als nitrox?

Nee. Nitrox bevat alleen zuurstof en stikstof met verhoogde zuurstoffractie; trimix voegt helium toe om narcose en gasdichtheid te verlagen. Gebruik, planning en dieptes verschillen wezenlijk.

Klaar voor je volgende stap in technisch duiken? Bij Scuba Shack volg je PADI TecRec-opleidingen zoals Tec Trimix 65, Tec Trimix en Gas Blender, met persoonlijk advies over uitrusting – van Shearwater duikcomputers tot aluminium 80 stageflessen, liftbags en droogpakaccessoires. Twijfel je over het traject? Lees PADI TecRec vs SSI Extended Range en kies de route die bij je past.